The Imaginary Leash moet niet gelezen worden als een wetenschappelijk bewezen theorie over honden, maar als een wetenschappelijk geïnformeerd theoretisch kader dat bestaande kennis combineert met nieuwe analyses en hypothesen. De uiteindelijke waarde ervan zal bepaald worden door de mate waarin die hypothesen kritisch onderzocht, getoetst, verfijnd of weerlegd kunnen worden.
The Imaginary Leash vertrekt vanuit onderzoek, bestaande wetenschappelijke kennis, observatie en de ontwikkeling van nieuwe hypothesen en modellen. Deze website maakt de vertaling van dat theoretische kader naar het dagelijkse leven met de hond.
Daarbij worden complexe concepten soms bewust vereenvoudigd en omgezet in begrijpelijke principes en praktische handvatten. Niet als een verzameling vaste trainingsregels of technieken die voor iedere hond hetzelfde zijn, maar als een manier om bewuster te kijken naar de hond die voor ons staat.
Het uitgangspunt is dat een goede relatie en opvoeding beginnen bij het begrijpen van wie de hond is, hoe hij waarneemt, leert, communiceert en reageert op zijn sociale en fysieke omgeving. Vanuit dat begrip kunnen we ook onze eigen communicatie aanpassen en verfijnen.
Het uiteindelijke doel is dan ook niet alleen dat de hond de mens beter leert begrijpen. Ook de mens moet de hond beter leren lezen en begrijpen. Wanneer beide kanten van die communicatie dichter bij elkaar komen, ontstaat meer duidelijkheid, voorspelbaarheid, vertrouwen en samenwerking.
Niet de hond passend maken voor onze communicatie, maar onze communicatie zo ontwikkelen dat mens en hond elkaar steeds beter kunnen begrijpen.
The Imaginary Leash is ontstaan vanuit een eenvoudige maar fundamentele vraag: kunnen inzichten uit onderzoek naar sociale organisatie, communicatie en leiderschap bij sociale wezens ons helpen om de relatie tussen mens en hond beter te begrijpen?
Dit werk probeert die vraag te onderzoeken door kennis uit verschillende domeinen samen te brengen. Bestaande wetenschappelijke inzichten over hondengedrag, leerprocessen, communicatie en sociale interactie vormen daarbij een belangrijk fundament. Tegelijk worden concepten uit onderzoek naar menselijke groepen, sociale systemen, leiderschap en relationele dynamiek gebruikt als inspiratie voor nieuwe verbanden en hypothesen.
Daarbij is een belangrijk uitgangspunt dat de hond niet als mens wordt geïnterpreteerd. Menselijke concepten kunnen niet zonder meer op honden worden toegepast. Waar begrippen uit menselijke sociale systemen worden gebruikt, gebeurt dit daarom als analytisch kader: ze worden getoetst aan wat bekend is over honden als soort, hun leerprocessen, waarneming, communicatie en sociale gedrag.
Het onderzoek achter The Imaginary Leash combineert drie niveaus:
Bestaande wetenschappelijke kennis
Inzichten en mechanismen die in de wetenschappelijke literatuur reeds zijn onderzocht.
Analyse en synthese
Verbanden die door de auteur worden gelegd tussen verschillende onderzoeksdomeinen, aangevuld met langdurige persoonlijke observatie en praktijkervaring met honden, mensen, groepen en leiderschap.
Nieuwe modellen en hypothesen
Conceptuele modellen en verklaringen die uit deze synthese voortkomen. Deze behoren tot de theoretische bijdrage van de auteur en moeten niet automatisch worden beschouwd als reeds wetenschappelijk gevalideerde modellen.
Dat onderscheid is essentieel.
Hoewel het document wetenschappelijke literatuur gebruikt om zijn uitgangspunten te onderbouwen, zijn de samenhang tussen de verschillende concepten, de vertaling tussen onderzoeksdomeinen en de daaruit ontwikkelde modellen het werk van de auteur.
Sommige verbindingen worden rechtstreeks ondersteund door bestaande onderzoeksliteratuur. Andere zijn beredeneerde hypothesen die voortkomen uit de combinatie van literatuurstudie, observatie, praktijkervaring en analyse.
The Imaginary Leash wil daarom geen eindpunt zijn, maar een onderzoeksmodel in ontwikkeling.
De waarde van een model ligt niet alleen in wat reeds bewezen is, maar ook in de vragen die het mogelijk maakt te stellen. De hier voorgestelde modellen moeten daarom kritisch kunnen worden onderzocht, verfijnd, weerlegd of bevestigd.
Waar het werk nieuwe verbanden suggereert, is verder empirisch onderzoek nodig om na te gaan in welke mate deze verbanden werkelijk bestaan, onder welke omstandigheden ze optreden en waar de grenzen van de modellen liggen.
Daarom is dit document tegelijk een uitnodiging.
Aan onderzoekers in onder meer ethologie, gedragsbiologie, diercognitie, comparative cognition, leerpsychologie, mens-dierinteractie en aanverwante disciplines om de voorgestelde hypothesen kritisch te bekijken.
Niet met de vraag:
"Is The Imaginary Leash juist?"
maar eerder:
"Welke onderdelen van dit model kunnen we toetsen?"
Kunnen de beschreven patronen worden geobserveerd?
Kunnen ze operationeel worden gedefinieerd?
Kunnen alternatieve verklaringen worden uitgesloten?
Zijn de voorspellingen van het model reproduceerbaar?
En waar blijkt het model niet te werken?
Juist daar kan een conceptueel model evolueren naar een toetsbaar onderzoeksprogramma.